woensdag 20 maart 2013

Raar maar waar


- om half 7 begint mijn dag
- om 7 uur eerste vergadering
- ik maak minstens 2 keer per dag een kruisteken (in de naam van de vader, de zoon en de heilige geest)
- rietsuiker eten we hier van de stok zelf
- blanken moeten meer betalen om de zoo binnen te mogen, van discriminatie gesproken
- in de zoo geen giraffen of olifanten te vinden
- een reep chocolade kost hier 10 euro
- ik kan enkele woorden Swahili
- om 10 uur lig ik in mijn bed
- blanken kunnen best geen foto’s op straat nemen
- de kinderen vragen elke dag waarom ik mijn schoenen niet aan hen geeft
- de kinderen doen hier acrobatische stunten zonder veiligheidsmatten
- de kinderen kunnen zich hier amuseren met wat steentjes en afval, geen tv/gameboy/playstation nodig
- poesje is het swahili is mpushi (bijna hetzelfde)
- de kinderen vinden niets leuker dan naast mij komen zitten en lichtjes op mijn huid duwen. Om dan te zien dat er een tijdelijk wit vlekje ontstaat. Verbaast roepen ze dan andere kinderen erbij om dit wonder te aanschouwen.
- mijn haar zien ze het liefst wanneer het vettig is en strak naar achter ligt

zaterdag 9 maart 2013

druk druk druk



1. Elke weekdag is er 1 uurtje les voor de grote straatkinderen. Deze zijn ouder dan 18 en zijn verondersteld al een schoolcarrière achter de rug te hebben. Dit is vaak niet het geval. Tijdens dat uurtje les, worden er dan dingen herhaald of opnieuw aangeleerd. Samen met de leerkracht van dienst (frère Simeon) hebben we een weekschema gemaakt om wat structuur te brengen. Ook hebben we hem een lesschema gegeven die hij dan kan invullen per les.
Hier is het probleem dat de ouderen vaak niet geïnteresseerd zijn om te komen. Ze haken vaak af. Toch zijn er enkele die telkens terugkomen, zo’n 3. Ik vind het zeer fijn dat ze zo gemotiveerd zijn, om de straat hangen ze de stoere kerel uit, maar in de les luisteren ze, discussiëren ze mee en stellen vragen. Ik hoop alleen dat ze blijven komen. Om ze nog extra te motiveren hebben Ann-Sofie en ik op enkele ongebruikte laptops een educatief programma gezet, namelijk GCompris. Kunnen werken met een laptop zou zeker een voordeel voor hen zijn in een land zoals Congo en eigenlijk overal. GCompris is een vrij kinds programma, dus ik hoop dat ze er willen mee werken. Anders moeten we iets anders zoeken.
2. Een voorwaarde om vanuit Bakanja Ville naar school te mogen gaan, is re-integratie in het gezin. Maar er zijn enkele kinderen, w       aar er nog geen familieleden van gevonden zijn of er andere problemen zijn opgetreden. Deze kinderen blijven heel de dag in Bakanja Ville. Voor hen openen we dagelijks de bib, om samen wat te lezen. Tijdens dit moment frustreer ik me vaak. Kinderen die hun eigen naam niet kunnen schrijven, het alfabet niet kennen en 13 jaar zijn. We staan voor een grote uitdaging. Ik wil op zijn minst dat ze hun eigen naam kunnen schrijven. Soms tekenen we ook samen, zo overlopen we de kleuren tellen we de aantallen enzovoort. Ik wil ze vooral op een leuke manier iets laten bijleren zonder dat ze het zelf teveel doorhebben, dan willen ze waarschijnlijk blijven terugkomen.
Om dit bibmoment ook mogelijk te kunnen maken in de andere 14 centra, hebben we meer Franstalige kinderboeken nodig. Daarmee kunnen jullie helpen =D. Het opsturen wordt betaald door de organisatie.  Dus laat weten als je enkele boeken hebt.
3. In de tussentijd maken we een boek met allemaal spelletjes. In het Frans natuurlijk. Ik merk wel dat ze heel wat spelletjes kennen( waarschijnlijk meer dan mij). Maar het boek kan misschien nog van pas komen voor de aspiranten die de komende jaren arriveren en die wat inspiratie nodig hebben.  En Ann-Sofie is een lopende encyclopedie met spelletjes dus hopelijk zal het boek geslaagd zijn.
4. We moeten nog beginnen aan het maken van een fondsenbrochure. Dit ook in het Frans.
5. Voor het 15 jarig bestaan van Bakanja Ville moeten we iets organiseren, het zal na Pasen vallen. We hebben al enkele ideeën. Maar nog niets concreet vastgelegd.
Dus het werk dat we hier doen is zowel met de kinderen als op de computer. Dit is soms moeilijk te begrijpen voor de aspiranten die denken dat we aan het niksen zijn, wanneer we achter de laptop zitten. We hebben het hun al proberen duidelijk te maken, maar ik denk niet dat ze het helemaal begrijpen. Ze willen vooral dat we op de speelplaats zijn met de kinderen. Dit is natuurlijk ook wel leuk en belangrijk, maar kunnen we niet heel de dag doen.
Gisteren ben ik voor de eerste keer met mijn fototoestel op de speelplaats geweest. De 7 aanwezige kinderen vonden dat geweldig. Het liefst poseren de als stoere bokser of stoere voetballer met een intimiderende blik. Dit levert grappige foto’s op, maar voor mij de mooiste foto’s zijn wanneer ze niet poseren en gewoon hun ding doen. 

woensdag 6 maart 2013

Une pour la route



Ann-Sofie en ik verlaten Bakanja Ville niet zo veel. Wanneer we dat wel doen is het meestal om mee op huisbezoek te gaan. Dan stappen we zo’n 10 min naar een plaats vol taxibussen. Op straat roepen ze dan muzungu muzung (blanke blanke!). In het begin dacht ik dat dit negatief was, maar dat blijkt niet zo te zijn. Ook omdat we jonge meisjes zijn, durven ze nogal extra te roepen. In zo’n taxibussen zitten dan zo’n 20 mensen gemiddeld, wanneer er niet zoveel inzitten vertrekken ze gewoon niet. Met 20 is zo’n taxibus zitten is niet aangenaam maar wel grappig! Er wordt geregeld ruziegemaakt onder de Congolezen omdat mensen zo dicht om elkaar moeten zitten. Gelukkig kunnen wij dan als muzungu de situatie wat neutraliseren omdat ze dan meestal met ons beginnen lachen.
Une pour la route is een  zin die je nogal eens kan tegenkomen aan de kant van de weg, meestal geschilderd op een cafeetje. We zijn nog niet echt naar een café gegaan, maar er was hier een Belgische avondfeest op het Belgisch consulaat waar we onze kop eens hebben laten zien. We hebben daar gesproken met Amerikanen, Fransen, Engelsen  en nog wat andere nationaliteiten. Maar amper gesproken met Belgen (typisch =D). Zoveel blanken in één ruimte was wel weer wat vreemd, maar het was een geslaagde avond. Op die avond heb ik voor het eerst Simba gedronken, heerlijke Congolees bier!

maandag 18 februari 2013

Jambo

Jambo!(is hallo in het Swahili)
Dit is  het eerste blogbericht sinds ik in Congo ben. Spannend dus. De reis naar hier is héél vlot verlopen, ik was wel blij toen ik met beide voeten op Congolese grond stond. Vanaf toen begon het avontuur pas echt!

Ondertussen ben ik hier nu een week en ik kan waarschijnlijk duizend dingen vertellen die het verschil tussen België en Congo maken. Bijvoorbeeld: hier zijn geen zebrapaden, wat oversteken vrij gevaarlijk maakt. De auto's hebben het hier voor het zeggen en als voetganger moet je maar aan de kant springen.
Als er hier nog maar een licht briesje is dragen de begeleiders al dikke frakken terwijl wij in een licht vestje rondlopen. Een ander verschil is dat ze  hier ongelooflijk traag wandelen! Gisteren vroeg Boudewijn (een van de medewerkers) waarom ik altijd zo gehaast was =D, ik heb hem gezegd dat we nu zo eenmaal zo wandelen in België. Hij kon dat maar moeilijk geloven.
Maar ik heb gemerkt dat er precies een paar dingen hetzelfde zijn. Ook hier lopen de jongens met hun broek onder hun gat. Ook hier hebben ze een chiro en scouts. Ook hier beginnen de kinderen te shaken om muziek van Michael Jackson.

Momenteel verblijven ik en Ann-Sofie in Bakanja Ville, een transitcentrum voor straatjongeren. Vaak komen straatkinderen hier aankloppen voor hulp. De medewerkers van hier vragen dan aan de kinderen om terug te komen binnen enkele dagen. Dit doen ze om de motivatie en wilskracht van het kind te testen. De straatkinderen mogen hier dan verblijven onder enkele voorwaarden. Zo moeten langs de ene kant openstaan voor educatie en langs de andere kant moeten ze openstaan om terug te gaan naar hun familie. Want er werd mij hier uitgelegd dat een kind hier geen wees kan zijn. Er is altijd wel een tante of neef die ook voor het kind kan zorgen. Als er aan deze voorwaarden wordt voldaan kunnen de minderjarige straatkinderen hier verblijven. Ze kunnen hier hun potje koken, zich wassen en hun kleren wassen. Tijdens hun verblijf proberen te medewerkers dan familieleden op te sporen en contact te zoeken en dan kan het onderhandelen beginnen. Ze gaan op huisbezoeken om te onderhandelen met de familieleden (als die al gevonden zijn). Ik ben al een paar keer mee geweest naar zo'n huisbezoek. Er wordt dan gepraat over het feit dat de straat geen goede plaats is voor een kind en dat educatie heel belangrijk is enzo. Het onderhandelen kan soms lang duren. Het gaat stapje per stapje. Soms gaan de kinderen dan voor een weekendje terug naar huis om te testen of dat het gaat en na dat weekend komen ze gewoon terug naar Bakanja ville. 
Tussen 12h en 16h staat de deuren van het centrum ook open voor de meerderjarige straatjongens. De sfeer verandert hier dan wel een beetje. Ze komen zich hier wassen en vaak ook hun roes uitslapen(jammer genoeg). Drugs is hier namelijk een groot probleem. Ze snuiven lijm, slikken valium, drinken alcohol en nog veel meer.

Dit was al een kleine inleiding van mijn nieuwe opgeving. Volgende keer meer! Een van mijn volgende blogberichten zal gaan over wat ik hier nu eigenlijk zal doen.

Mijn gsmnummer van hier is 00243824767723.

Tot de volgende! Xx